Mijn moeder

Afgelopen week, op 22 maart 2017 is mijn moeder op 98-jarige leeftijd overleden. Ik wil graag iets over haar vertellen. Er zijn in elk geval twee dingen die het leven van mijn moeder in belangrijke mate gevormd hebben. Het eerste is dat zij opgroeide in het Noordoost Groningen van na de eerste wereldoorlog (geboren op 6 oktober 1918). Het tweede is hoe zij in de periode rond de tweede wereldoorlog in christelijke kringen kwam en daar ook mijn vader heeft ontmoet.

Nieuweschans na de 1e wereldoorlog

Mijn moeder groeide in haar kinderjaren op in Nieuweschans. De NPO (Nederlandse Publieke Omroep) beschrijft in verband met een uitzending de situatie daar in Noordoost Groningen in die jaren na de Eerste Wereldoorlog:

Op het vlakke Groninger land zie je ze van verre opdoemen: de grote Herenboerderijen. Vaak zijn ze als een soort vesting gebouwd, met pilaren naast de brede deur, een Engelse landschapstuin er omheen en soms zelfs nog een slotgracht. Op het platteland van Groningen staan de grote herenboeren aan het begin van de twintigste eeuw in hoog aanzien. Ze zijn rijk en bovendien machtig in het politieke leven van de provincie. Een trap lager op de sociale ladder staan de burgers, kleine zelfstandigen en handwerkslieden. En helemaal onderaan staan de landarbeiders, mannen die het land van een grote boer bewerken. Ook de vrouw en kleine kinderen werken in vakanties en tijdens de oogsttijd geregeld mee. Elke extra cent is welkom want het waren vaak grote gezinnen die in armoede in de typische landarbeidershuisjes woonden. “Ieder die geen landarbeider was, achtte zich hoger”. Die scheiding komt al vroeg; in de schoolbanken zat een kind van een rijke boer of middenstander niet naast een kind van een landarbeider.

Nieuweschans in de vorige eeuw

Mijn moeder over haar kindertijd

Ik hoorde mijn moeder vaak over haar kindertijd vertellen. Over haar broers die bij de rijke boeren werkten en een volgend seizoen wel weer terug mochten komen, maar dan wel tegen een lagere vergoeding. Over een schaatswedstrijd in de winter, waar zij op hele oude en te grote schaatsen toch als eerste over de eindstreep kwam. En dat ze toen als jong meisje hoorde dat een rijke boer, die zijn dochter in de auto was komen brengen en het moest aanzien dat zijn dochter als 2e bij de finish kwam achter een arbeiderskind (mijn moeder), misprijzend zei: “Nou, ze kan wel gewonnen hebben, maar ze reed niet mooi”.

Nooit sprak ze over haar kinderjaren als over als een nare tijd. Ondanks de armoede, de vaak moeilijke en ook onrechtvaardige ervaringen en omstandigheden vertelde zij vaak hoe fijn ze het thuis toch hadden in het kleine huisje waar zij als de jongste van 11 kinderen opgroeide. Over haar vader die als landarbeider door een dorsvlegel ernstig verwond werd en voor de rest van zijn leven gehandicapt was waardoor hij niet meer kon werken en geen enkele uitkering kreeg. Over haar moeder die daarom de kost moest verdienen en daarnaast ook het grote gezin verzorgde. En hoe haar moeder het met hele kleine dingen warm en goed maakte in het gezin. Over het respect dat zij van haar oudere broers en zussen merkte ten opzichte van elkaar en ten opzichte van haar ouders. Over een epidemie waardoor ook in hun gezin in één week 2 kinderen stierven: een jongen van 7 jaar en een meisje van 2 jaar.

Iets over christelijk Nederland na de Eerste Wereldoorlog

In christelijk Nederland ontstond onder andere – tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog, de crisisjaren in Europa en het sterk opkomend antisemitisme – onder leiding van Johannes de Heer een interkerkelijke beweging (Maranatha beweging) waar de wederkomst van Christus en het geloof in het ontstaan van Israël als thuisland voor de Joden een grote rol speelden. Johannes der Heer gaf een eigen maanblad Het Zoeklicht uit, gaf een eigen zangbundel uit (de zogenaamde “Johannes de Heer bundel”), werd één van de grondleggers van de NCRV (opgericht in 1924) en hield bijeenkomsten verspreid over Nederland in tentsamenkomsten waar telkens enkele duizenden mensen samenkwamen. Dat alles ging in die jaren overigens aan het zo ver weg gelegen Nieuweschans in Noordoost Groningen voorbij.

Haar lagereschooltijd

In 1901 werd in Nederland de eerste leerplichtwet aangenomen, die voor het eerst regelde dat kinderen van 6 tot 12 jaar verplicht onderwijs moesten volgen en dus in die leeftijd niet langer kinderarbeid mochten verrichten.

Mijn moeder kon erg goed leren. Op 11-jarige leeftijd waren de 6 klassen van de lagere school doorlopen, maar er was geen geld dat ze net als kinderen van rijkere ouders een vervolgopleiding zou kunnen doen. Maar omdat ze nog geen 12 jaar was moest ze toch nog een jaar naar school en dus de 6e klas nog maar een keer doen.

Haar vader kreeg van de gemeente 2 keer per week 1 liter melk i.v.m. zijn zwakke gezondheid. Toen de beambte die dit kwam brengen moeder een keer zag, die toen 12 jaar oud was, werd besloten dat de melkvoorziening gestopt werd want “dat grote wicht moest maar aan het werk”. Moeder is inderdaad als dienstmeisje voor dag en nacht in Nieuweschans gaan werken toen ze 13 jaar werd. Dat betekende dat ze daar de hele week was. Allerlei werk verrichte ze binnenshuis, ook tuinwerk buitenshuis en zelfs zag een van haar broers haar een keer op het dak om de schoorsteen te vegen.

Als 18-jarige naar Groningen

Haar 16 jaar oudere zus, die getrouwd was en in de stad Groningen woonde, heeft ervoor gezorgd dat moeder op 18-jarige leeftijd werk kreeg in Groningen. Ze kwam voor dag en nacht als 2e dienstmeisje bij een homeopathisch arts. Die zus en haar gezin waren kerkelijk. Van deze zus kreeg moeder haar 1e bijbeltje en ging mee naar jeugdbijeenkomsten van de kerk als ze een vrije zondagavond had.

In de 2e wereldoorlog werden verschillende kerkdiensten verboden. Dit had tot gevolg dat in deze donkere oorlogsjaren diverse jonge mensen samen kwamen voor gezamenlijke jeugdbijeenkomsten, ongeacht de kerkelijke achtergrond. Velen in deze groep waren in de stad Groningen in aanraking gekomen met het werk en de boodschap van Johannes de Heer. De oorlog bracht voor hen dus een eenheid die uniek was. Moeder vertelde dat je elkaar eigenlijk nooit bezocht zonder dat de liederenbundel van Johannes de Heer werd meegenomen. Er werd veel gezongen in die tijd, waaronder ook liederen over de wederkomst van Christus. Mijn vader speelde in die bijeenkomsten vaak op het orgel en zo hebben vader en moeder elkaar wat op afstand leren kennen. Een jaar lang heeft vader gebeden of dat meisje uit Nieuweschans zijn vrouw mocht worden. Na dat jaar op oudejaarsavond heeft hij haar naar huis gebracht na een bijeenkomst. Beiden waren er toen al gauw zeker van dat God hen voor elkaar bestemd had.

Trouwfoto van mijn ouders

Zij trouwden in 1941 in Groningen. Tijdens de tweede wereldoorlog werden mijn 2 zussen geboren. Het was voor mijn moeder heel natuurlijk om een open verhouding met God te hebben en om haar zorgen en wensen aan Hem voor te leggen. Als ze na de tweede wereldoorlog weer een kindje verwacht bidt ze of dat nieuwe kindje – als het een jongetje is – niet in militaire dienst hoeft. Dat nieuwe kindje dat in 1948 werd geboren was ikzelf. Toen ik als 18-jarige gekeurd moest worden voor de militaire dienst, werd ik afgekeurd wegens een aangeboren hartklepafwijking. Nooit heb ik voor of na die tijd iets aan mijn hart gemerkt, maar mijn moeder vertelde me toen voor het eerst over haar gebed van 18 jaren daarvoor. Zij was niet per se tegen militaire dienst, maar tegen de achtergrond van de oorlog die zij heeft meegemaakt, was dit wel een begrijpelijke wens van haar. Zulke gebedsverhoringen hoorden bij haar leven en haar onvoorwaardelijke en kinderlijke geloof in God.

Een rijk leven als christen

Na de oorlog ging de jeugd uit de verschillende kerken weer terug naar de eigen kerk of groep. Voor veel van deze jonge mensen heeft hun geloofsbeleving in de oorlogsjaren betekenis gehad voor hun verdere leven. Het was fris, sprankelend, er werden sprekers uitgenodigd, o.a. Johannes de Heer zelf. Er was duidelijk meer behoefte aan het geloof en het als christen samen zijn in deze onzekere oorlogsperiode.

Moeder kwam na de oorlog samen met vader ook in een gevestigde kerk. Zij zelf had dit niet als achtergrond. Haar ouders waren mensen die respect hadden voor de Bijbel, maar de kerk was niet voor de armen zoals zij, want daar kon je niet op klompen naartoe. Jarenlang is het voor moeder een wonderlijke beleving geweest dat er vaak zoveel onenigheid en geharrewar was in die gevestigde kerk. Zij had een overtuiging dat Gods bedoeling met een Bijbels gemeenteleven meer was dan wat ze meemaakte, zonder precies te weten waar dat “meer” uit bestond.

Begin 60’er jaren ontstaan er op meerdere plaatsen in Nederland lokale gemeentes van CGN (Christelijke Gemeente Nederland). Er bleken in allerlei kerken en kringen meer mensen te zijn die op dezelfde manier zoekende waren. Hier ga ik niet verder in op het ontstaan van die gemeentes, de zeer uiteenlopende achtergronden van de mensen die deel van CGN uit gingen maken en op de onvolwassenheid en kinderziektes van die jonge gemeentes.

Dat alles heeft mijn moeder gevormd en een rijk leven als christen gegeven. Gedurende haar zeer lange leven heeft ze heel persoonlijk kinderlijk met God geleefd. Haar Bijbel en haar liederenbundel met talloze notities lagen altijd op haar tafel.

Wat heeft mijn moeder veel in mijn leven betekend

Ik kan terugkijken op een geborgen en warme kindertijd waarin mijn moeder een enorme rol heeft gespeeld. Wat gun ik alle kinderen dat ze – net als ik – terug kunnen kijken op een geborgen en warme kindertijd. De kindertijd is immers een enorm belangrijke basis. Dan worden waarden en normen en begrippen in een kinderhart gelegd die bepalend zijn voor de rest van je leven.

Als ik een paar onderdelen van de rijke erfenis die ik als kind van mijn moeder heb ontvangen mag noemen, dan denk ik aan: respect voor de medemens, ondanks iemands bekwaamheden of burgerlijke staat. Een kinderlijk, persoonlijk vertrouwen in God als hemelse Vader. Eerlijkheid, rechtvaardigheid en rechtschapenheid. Van harte meeleven met anderen. Dankbaar zijn voor ogenschijnlijk kleine en gewone dingen. Wat heeft zij veel in mijn leven betekend.