De Jodenster 75 jaar geleden: een levensles voor nu

Ook na ruim 70 jaar is herdenken van de Tweede Wereldoorlog wezenlijk en waardevol. Naast het herdenken van talloze andere ingrijpende en onvoorstelbare gebeurtenissen was het deze week exact 75 jaar geleden dat een mensonterende maatregel in Nederland werd doorgevoerd: het verplicht stellen van de Jodenster voor het Joodse deel van de Nederlandse bevolking.

Herdenken en overdenken van een dergelijke maatregel heeft een boodschap voor onze alledaagse Nederlandse werkelijkheid van nu. Het is namelijk helemaal niet vanzelfsprekend dat wij nu in ons land een gezonde en menswaardige balans vinden tussen fundamentele verworvenheden in onze grondwet zoals het verbod op discriminatie, de vrijheid van meningsuiting en de godsdienstvrijheid.

Een glijdende schaal

De verhalen van degenen die nu als 80- of 90-jarige vertellen wat ze als kind hebben meegemaakt zijn aangrijpend. O.a. te beluisteren in deze reportage van de NOS. Vele, meestal goedbedoelende mensen “stonden erbij en keken ernaar”. En wat is het nu achteraf makkelijk om te zeggen: dat had ik echt niet gedaan. Daarom is het herdenken en overdenken dat zoiets heeft kunnen gebeuren belangrijk. Het begon immers niet met die Jodenster en nog minder met de gaskamers! Discriminatie begint met vooroordeel. Vooroordeel voornamelijk vanuit gevoelens en niet of nauwelijks gebaseerd op ter zake doende feiten. Vooroordeel vaak vanuit een groep die zich sterk of superieur voelt ten opzichte van een enkeling of minderheden. Iemand gebruikte eens de term “vooroordelenladder”. Als het vooroordeel namelijk niet weggenomen wordt, dan belandt men op een glijdende schaal die uiteindelijk kan leiden tot discrimineren en in het afgrijselijke voorbeeld van de 2e Wereldoorlog tot aan het stelselmatig vermoorden van gediscrimineerde mensen.

Grondrechten op gespannen voet met elkaar

Hopelijk heeft iedereen de wens dat mensen in Nederland in vrede op kunnen groeien, zonder enige vorm van discriminatie, met de ruimte om eigen keuzes te maken en een eigen mening te hebben en die ook te uiten. En met het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden en invulling te geven.

Waarom is dan toch een werkelijkheid met een gezonde balans tussen het verbod op discriminatie, de vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid verre van vanzelfsprekend? Sterker nog: waarom staan deze verworvenheden in onze hedendaagse samenleving regelmatig op gespannen voet met elkaar?

Een paar voorbeelden

Herdenken en overdenken van extreme uitwassen zoals de invoering van de Jodenster zou voor het heden een levensles moeten zijn. Het kan misschien wat gemakkelijker te begrijpen zijn om eerst een iets minder ingrijpend voorbeeld te nemen, waarbij ook principiële kwesties spelen: een slager in hart en nieren die actief lid is van de Vereniging van Keurslagers en een buurvrouw die bestuurder is bij de Vegetariërsbond.

Of de toch wel heel fundamentele situatie van een lid van de Rooms Katholieke kerk die de overtuiging heeft bij de enig juiste en Bijbelse christelijke kerk te horen, terwijl zijn buurman die overtuigd lid van een christelijke Pinkstergemeente is diezelfde Rooms Katholieke kerk misschien wel de grootste dwaling in de geschiedenis van het christendom noemt. In deze gevallen hebben zij de vrijheid om te kiezen voor een compleet verschillende geloofsrichting en ook de vrijheid om hun mening te uiten en te verdedigen, ook al staan deze haaks op elkaar en ook al bestempelt de een de zienswijze van de ander als onjuist. Dit sluit een respectvolle verstandhouding niet uit.

Wanneer gaat het fout?

Het gaat fout wanneer mensen niet kunnen accepteren dat de ander een andere godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of wat dan ook heeft, en daar dan maatregelen willen nemen. Het gaat fout wanneer vrijheid van meningsuiting wegglijdt in denigreren en beperken van de vrijheid van andersdenkenden. Waarom zou de buurvrouw die lid is van de Vegetariërsbond met alle geweld aangenomen willen worden als verkoopster in de slagerij van haar buurman terwijl zij het liefst die slagerij zou willen verbieden? Of de keurslager wil per se lid worden bij de Vegetariërsbond, terwijl hij het liefst zou willen dat die bond vandaag nog zou stoppen. Het antwoord laat zich raden: dit is niet anders dan provoceren.

Het gaat fout wanneer uitsluitend de ruimte die de wet biedt leidend wordt in plaats van in veel grotere mate ieders respect en liefde voor de medemens. Dit geldt niet in de laatste plaats vanuit christelijk standpunt waarin het respect voor de vrije wil van een mens zo fundamenteel is.

Belangrijk om de beginstadia te herkennen

Nu ging het als we stilstaan bij de invoering van de Jodenster natuurlijk om zaken die vele malen ingrijpender waren dan het zijn van keurslager dan wel vegetariër. Daar waar het gaat om politieke- of geloofsovertuiging, ras en geaardheid, kan het wel uiterst ingrijpend zijn. En dan is het extra belangrijk dat de lessen uit het verleden ons kunnen helpen bij de uitdagingen in het heden. Religieus en politiek extremisme hebben tot de grootste wandaden in de geschiedenis van de mensheid geleid, terwijl de veel minder grove beginstadia van dergelijke ontwikkelingen ook al zeer ongewenst en bedreigend zijn. Daarom is het zo belangrijk die onopvallende veel minder grove beginstadia te herkennen.

Een christelijk profiel geeft anderen de ruimte

Ik zelf maak deel uit van Christelijke Gemeente Nederland. Net zoals honderden andere politieke, sociale en godsdienstige groeperingen hebben wij een levensovertuiging en een profiel en we zijn dankbaar voor de rechten in onze grondwet die het mogelijk maken in vrede ons christelijke profiel uit te dragen zonder hierom vervolgd of gediscrimineerd te worden. In ons geval is dat – binnen het christelijke landschap – een levensovertuiging en een profiel dat op de Bijbel is gebaseerd. En het hoort in ons denken heel nadrukkelijk bij een christelijke overtuiging en profiel om anderen vrij te laten en de ruimte te geven om andere keuzes te maken en een andere overtuiging te hebben en het ook oneens te zijn met onze levensovertuiging en ons profiel.

Mijn wens voor Nederland

Mijn wens is dat in Nederland met de kostbare verworvenheden die wij hebben in onze grondwet, er ruimte is en blijft voor pluriformiteit. Vanzelfsprekend binnen de wettelijke kaders, maar met een door respect en liefde ingegeven ruimte voor de medemens, ongeacht diens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of anderszins. Een ruimte waar geen plaats is voor vooroordelen en minachten en al helemaal niet voor discrimineren en gediscrimineerd worden. Herdenken en overdenken van de invoering van de Jodenster van 75 jaar geleden is in dat verband ook anno 2017 actueel en noodzakelijk.